Tina Brooks

Tina Brooks, het vergeten kindje van Blue Note

01-11-2009, Rubriek Jazz helden, Door Gerrard Avant Garde

Bookmark and Share

Kippenvel als de naald van de platenspeler in de groeven van de plaat True Blue verdwijnt. Hoe krachtig en elegant hij de solo op pakt vanuit het thema. Het doet denken aan Lee Morgen die in Blue Train, Coltrane overneemt, genadeloos en onbereikbaar. Alleen het grote verschil tussen Lee Morgen en Tina Brooks is, dat Lee een grote bewijzingsdrang had, en Tina juist liever op de achtergrond bleef. Zal dit ook de reden zijn geweest dat maar één van zijn vier platen als comboleider uitgebracht is door Blue Note? Om het antwoord hierop te weten moeten we dieper in het leven van de kleine tenor saxofonist duiken.

Harold Loyd “Tina” Brooks (1932 – 1974) was samen met zijn tweelingbroer de jongste van acht kinderen. Het muzikale gezin groeide op in North Carolina maar vertrok in 1944 naar de Bronx, New York City. Door zijn kleine postuur en zijn, allesbehalve, macho overkomen, kreeg hij de meisjesnaam Tina. Met zijn oudere broer David “Bubba” Brooks nam hij muzieklessen, eerst op de alt, later op de tenor. Zijn broer Bubba begon al steeds meer naam te krijgen in de rhythm & blues band van Sonny Thompson. Toen hij een paar maanden weg moest nam Tina zijn plek in. Dit resulteerde op 3 januari 1951 in zijn eerste opname op het fameuze King label. In het begin van de jaren 50 nam hij, in het nachtleven van New York, vooral deel aan Latin- en rhythm & bluescombo’s met als hoogtepunt het orkest van Lional Hampton. In 1956 raakte hij goed bevriend met trompettist Benny Harris. Benny, een toegewijde modern jazz blazer, liet Tina kennis maken met de East Coast jazz en de jazzclubs in New York. Je zag het wel vaker met jazzmuzikanten, dat de ervaren muzikant het jonge talent onder de vleugels nam; net als Miles Davis met de jongere Jackie McLean. Er werd niet alleen samen gerepeteerd, maar ook samen dope gespoten.

Doordat Tina zijn rhythm & blues achtergrond niet verloochende, had hij een nét iets andere sound dan de meeste hardbop blazer. Hierdoor kreeg hij in de artists-scene steeds meer bekendheid. Het duurde niet lang of Blue Note baas Alfred Lion een kijkje kwam nemen naar dit jonge talent tijdens een jammsessie in een jazzclub in Harlem. Het klonk Alfred Lion waarschijnlijk als muziek in de oren want Tina kreeg direct de kans om als sidemember mee te spelen op een Blue Note marathonopname van Jimmy Smith welke uitgebracht werd op “The Sermon” en “House party”. Tina is tijdens op deze opnames in vorm maar zowel Art Blakey als Lee Morgen komen het sterkst naar voren. Tina krijgt te weinig ruimte om te soleren; daarom gaf Blue Note hem waarschijnlijk een kans om op als bandleider op te treden. “Minor Moves” zou zijn debuut als bandleider moeten zijn maar de opname is pas na zijn dood door Blue Note in Japan uitgegeven. In dat zelfde jaar trad hij op nogmaals op als sidemember voor Jimmy Smith maar ook tweemaal voor Kenny Burrell. Jackie McLean had hem tevens gevraagd om als invaller te spelen voor het toneelstuk ”The connection”. Deze warme contacten leverden hem gelijk een opdracht van het Feldsted label om met Freddy Red de plaat “The connection” op te nemen. True Blue is het daaropvolgende album waarop Tina wederom als bandleider te horen is. Deze plaat is gelukkig voor Tina (maar ook voor ons) wél uitgebracht. De plaat gaat gemiddeld boven de tweeduizend dollar op veilingsite’s en behoort tot de top honderd van beste jazz albums.

Na deze opname trad hij hetzelfde jaar nog tweemaal op als bandleider, maar ook deze opnames hebben tot 1980 in de Blue Note kluis gelegen. Mosaic records heeft deze juwelen opgepoetst en uitgegeven in een gelimiteerde oplage, welke voor de jazzluisteraar van nu, op plaat niet meer te verkrijgen én te betalen is. Alfred Lion geeft in latere interviews aan, dat hij geen explicite reden had voor het niet uitbrengen van de albums, hij was hetgeen gewoonweg vergeten, “het was een vreselijk hectische tijd”. Daarnaast waren er blazers als Hank Mobley, Wayne Shorter en Stanley Turrentine die Blue Note ook goed op de kaart zette. Als Tina Brooks het simpelweg aan Alfred Lion had gevraagd waren zijn albums ongetwijfeld uitgebracht, maar zijn introverte en bescheiden voorkomen durfde dat niet aan. In 1961 hebben McLean en Redd hem beide nog een opdracht bezorgd om als sidemember mee te spelen, maar deze opnames zijn de laatste waarop Tina te horen is.

Voor vele jazzfans ligt hier de crux; hoe kan het dat een blazer van het kaliber Tina Brooks verdwijnt? Een écht bevredigend antwoord zal waarschijnlijk nooit gegeven kunnen worden, wel een combinatie van factoren. Tina’s zware heroïnegebruik in combinatie met lange gevangenisstraffen hebben hem uitgeput, en hij had gewoonweg te weinig “guts” om telkens maar weer die comeback aan te gaan. Hij overleed uiteindelijk “anoniem” in 1974 aan nierproblemen.

 

Luister naar Tina Brooks - Good Old Soul, Soundcloud van Waybeyondthewest