Lee Konitz and Warne Marsh

Lee Konitz & Warne Marsh playing it 'cool'

26-09-2009, Rubriek Jazz helden, Door Gerrard Avant Garde

Bookmark and Share

In de jaren veertig waren er voor de jazz modernisten twee wegen; de alles beheersende en onontkoombare invloed van de bebop van Charlie Parker of de geavanceerdere weloverwogen jazz van Lennie Tristano. Zowel de muziek van Parker als Tristano vormde een reactie op de swingmuziek uit de jaren dertig. Parker zocht naar een ontsnapping uit de vaste “riffs” door bij het improviseren uit te gaan van mogelijkheden die vermeerdere akkoorden hem boden, maar hij verloor nooit de binding met de blues. Parker was een zwarte, drugsverslaafde, uit de achterstandswijken van Kanses City opgroeiende autodidact. Dit in tegenstelling met Tristano, die een blanke, introverte, blinde, academisch geschoolde pianist uit Chicago was. De ideale jazz die tristano voor ogen had, zou een soort fusie tussen Lester Young en Bach moeten zijn. De quote van Tristano zegt al voldoende hoe hij over zijn jazz en de bebop dacht: “real jazz is what you can play before you’re screwed up; the other is what happen after you’re screwed up”.

Lee Konitz and Warne MarshDe twee invloed rijkste muzikanten uit de school Tristano waren Lee Konitz en Warne Marsh. De heren kwamen Tristano spelend tegen in een jazzclub en besloten zich te laten onderwijzen door de meester. De samenwerking tussen de drie bedroeg langer dan vijftien jaar. In diverse opnames, waarin deze drie de constante factor zijn, is de magische samenwerking erg herkenbaar. Lee en Warne verschilden erg van elkaar. Warne richtte zich alléén op zijn leraar en niemand anders. Dit was voor jazzartiesten erg zeldzaam omdat zij vaak van combo naar combo gingen om toch aan geld te komen. Lee, een flamboyante playboy, ontwikkelde zich tot een talent die bijna in iedere combo mee kon spelen. Tristano begon zich steeds meer te gedragen als een kluizenaar en gaf in de begin van de jaren vijftig sporadisch optredens in jazzclubs. De rook, de pratende, ongeïnteresseerde mensen stonden hem steeds meer tegen. Dit betekende voor Warne dat hij zijn inkomen, onder andere voor zijn heroïneverslaving, elders moest halen. Hij begon les te geven om toch aan geld te komen. Uiteindelijk vertrok hij naar LA om mee te gaan met de West Coast stroom.

In 1956 hebben Warne en Lee samen met Ronnie Ball (piano), Billy Bauer (guitar), Oscar Pettiford (bas) en Kenny Clarke (drums) “Lee Konitz with Warne Marsh” opgenomen in New York. De heren hebben op de plaat zo’n goed samenspel dat ze soms bijna niet uit elkaar te halen zijn. De plaat is onder jazzverzamelaars een zeer gewild item en verwisseld vaak ruim boven de 200 dollar van eigenaar.

In 1975 kwamen ze naar Nederland in het kader van “jazz exchange” voor een optreden in het BIM huis. Het optreden was voor velen legendarisch en er wordt nog steeds regelmatig over geschreven. Zoals de meeste jazzartiesten bevinden Tristano en Marsh zich niet meer onder ons. Lee is daarin nog regelmatig voor optredens in Europa.