
Het 'Let's Get Lost' leven van Chet Baker (1929-1988)
10-04-2010, Rubriek Jazz helden, Door Xavier Vega
In ‘Let’s Get Lost’ (1988) portretteert Bruce Weber (Director) het turbulente leven van trompettist Chet Baker. Het resultaat is een gedramatiseerde documentaire van 119 minuten in zwart-wit beeld. De opnames zijn voor een groot deel gemaakt in 1987, ongeveer een jaar voor zijn tragische dood in Amsterdam.
De documentaire maakt een aangrijpende indruk vanwege het sterke contrast in zijn leven. Baker wordt als de jonge James Dean van de Jazz in de jaren 1950 t/m 1960 door vrouwen op handen en voeten gedragen. Hij maakt aan het eind van zijn leven, jaren 1980 t/m 1988, een bijna aangeslagen indruk. De trompettist lijkt tijdens interviews verschrikkelijk afwezig, totdat hij weer begint te spelen en de vonken er vanaf springen.
Aan de hand van gesprekken met vrienden, familie, fans en zaken-partners wordt zijn leven in detail beschreven. De documentaire bevat beelden van de film Hell’s Horizon (1955) waarin de jonge Chet Baker een hoofdrol had, een optreden in de Steve Allen Show en een concert in Rome uit 1956 uitgezonden op de Italiaanse televisie kanaal RAI TV.
Regisseur Bruce Weber ging samen met Chet Baker van de west- naar de oostkust van Amerika om vervolgens naar Europa af te reizen gedurende zijn laatste levensjaar. In interviews vertelt Chet Baker verhalen uit zijn hoogtijdagen en beschrijft hij zijn ervaringen met Jazz grootheden als Charlie Parker, Gerry Mulligan en Russ Freeman. Baker’s leven wordt beschreven van 1950 tot 1985, waarbij zijn heroïne verslaving een steeds grotere rol speelt en uiteindelijk zijn tol eist. Op deze wijze heeft de regisseur een meeslepende en indringende film gemaakt waarin meerdere aspecten van Baker en zijn muziek naar voren komen.
De documentaire heeft naast zijn fysieke indruk ook een beladen sfeer omdat Baker niet geheel vrij was in zijn muziekkeuze. Gedurende de documentaire wordt er van hem verwacht dat hij nummers uit zijn ‘Cool Jazz’ repertoire speelt, terwijl zijn persoonlijke voorkeur eigenlijk meer ligt bij Bebop. Daarnaast wordt hem verzocht te zingen, terwijl zijn stemgeluid in die periode in slechte staat verkeerde. Daardoor heeft hij moeite om de juiste toonhoogte aan te houden. De film doet zijn naam muzikaal gezien dus eigenlijk geen eer aan, maar een heel mooi beeld van zijn leven geeft het zeker.
De film werd uiteindelijk genomineerd voor de Academy Award voor de beste documentaire en werd een sensatie op internationale film festivals.
Een must-see documentaire die de echte jazz liefhebber minimaal één keer, maar eigenlijk meerdere keren gezien moet hebben.