
Een nacht van Thelonious (uit het archief van Hans Valk)
01-10-2009, Rubriek Jazz helden, Door Gerrard Avant Garde
“The Five Spot” is een morsig zaaltje , goed geïsoleerd tegen de buitenwereld. Woest beschilderde en bedrukte affiches bedekken de muren van voor naar achter. Affiches die om aandacht schreeuwen voor de kunst, de jazz, de reclame, de poezie en de schilderkunst. De gloed van hun letters trotseert de duisternis en vormt woorden: Tschumi, Goodnought , Zogbaum; de kentekenen van de Amerikaanse kunst te midden van de diepe duisternis van de wereld. Tegen de achtergrond is een Jackson pollock affiche geplakt, compleet met smalle regels, teerstrepen en gevlekte hemellichamen.
Het café was bijna onbezet. We gingen aan een tafeltje zitten, op ongeveer één meter van de piano. Thelonious Monk arriveerde tien over tien. Hij liep naar de bar. Johnny Griffin, de tenor saxofonist, liep naar hem toe en vertelde hem dat Ahmed Abduh-Malik, de bassist, nog niet was komen opdagen. Monk gaf geen commentaar, hij liep naar de piano en zette een paar volle glazen op de muziekstandaard voor hem. Hij pingelde een beetje, zachtjes, alsof hij naar zichzelf luisterde. Hij speelde nu over het hele toetsenbord, stopte plotseling, begon weer opnieuw, stopte er weer mee en begon weer opnieuw. Hij zat voorover gebogen, met zijn hoofd omlaag zodat zijn sik tegen zijn adamsappel werd platgedrukt. Hij staarde naar zijn handen en leek te wachten wat ze nu zouden doen.
Ondertussen ging Roy Haynes tussen zijn drums zitten. Griffin ijsbeerde tussen het podium en de deur heen en weer. Steeds keek hij naar de deur om te zien of Abduh-Malik er nog niet aankwam. Monk, die tussen de bedrijven door rustig “I should care”had gespeeld en midden in de soepele stroom noten dreef, keek niet op. Hij bromde wat en schudde “nee”. Plotseling gaf Haynes een harde klap op de voetdrum. Hij gaf er een roffel achteraan en drumde daarna zachtjes voor zich uit, in begeiding van Monk, die nu van de ene melodie naar de andere overging. Onze kellner kwam met nog meer Gin Tonic en om vijf over half elf kwam Abduh-Malik binnen en pakte zijn bas van de grond op. Griff was opgelucht en lachte voor het eerst van de avond toen hij zijn sax omhing. Het Thelonious Monk Kwartet werd een kwartet.
Haynes en Monk waren iets van plan. Ze speelden de zelfde song maar je kon nog niet zeggen wat het was of wat het zou worden. Ahmed viel in en ook Griff blies mee. Haynes en Monk speelden opgewekt door en voordat iemand in de zaal er erg in had, zaten we plotseling midden in “Epistrophy”. Langzamerhand hielden aan alle tafeltjes de gesprekken op . Het café was nu overbezet. Een dichte mist van sigarettenrook hing in slierten onder het jodiumkleurige dak. Griffs solo was nog niet beëindigd of Monk kwam al naar voren. Hij nam de melodie fijngevoelig over. Soms hield hij even op om snel wat te drinken en de lege glazen voor hem te zetten. Abduh-Malik kwam op toen Monk er mee uit scheed. Op dat zelfde moment kwam Haynes binnensluipen. Hij speelde met houten lichtgewichten, droge tikken, daarna daalde hij, vol en dof, naar de lagere regionen en al gauw was hij even knarsend als Ahmed. Thelonious begon zonder aarzelen van voren af en reedt in feite recht op het applaus in. Zo ging het door, fijn en extatisch. Lanzamerhand de New Yorkse nacht bezwerend. De muziek groeide steeds groter en de musici hadden het te pakken. Monk was een feest in de zomer. Na “Off minor”en kwam “Misterrioso”en daarna een lange pause. Onze glazen werden weer volgeschonken en kort daarna herpakte de musici zich en Monk zette een solo in. Zijn solo was vol schoonheid .Haynes en Ahmed liepen met hem op en de sessie begon op een ontegenzeggelijke perfectie te lijken.
Na de derde en laatste sessie terwijl het al rustiger in de zaal werd bestelden we de laatste GT om daarna vol bewondering en verbazing “The Five Spot” te verlaten.