
Bud Powell (1924-1966) en zijn 'beautiful tragedy'
30-09-2009, Rubriek Jazz helden, Door Gerrard Avant Garde
Bud Powell werd in 1924 geboren in New York. Op zijn zesde jaar kreeg hij zijn eerste pianolessen, tien jaar later was hij beroepspianist. Hij schnabbelt regelmatig op Coney Island en is regelmatig te vinden in Minton’s Playhouse in Harlem. Hij leert er Parker, Gillespie, Clark en Monk kennen. De heren waren op dat moment de toonaangevende musici van die tijd. Ze waren niet alleen bekend binnen de cirkel van Minton’s maar ook andere jazzclubs begonnen zich te wagen aan de boys met hun bebop. Bud ontwikkelde zich tot één van de modernste, toonaangevende pianisten. De omgeving waarin Bud zich vindt zijn weerslag op hem. De onderdrukking van de zwarte mens, de heroïne, overmatig drankgebruik, zijn depressiviteit en de lange nachten zorgen ervoor dat hij in 1947 geestelijk en mentaal volledig instort. Na een klein jaar in het ziekenhuis gelegen te hebben pakt hij de draad weer op in New York. Hij deed wat gig’s en wat unieke plaatopnames. In 1951 werd hij gearresteerd wegens overtreding van de Amerikaanse Opium Wet, iets wat hij net niet kan hebben met zijn paranoïde aanleg. Het gevang was een hel voor de talentvolle pianist. Ten slotte slagen vrienden en familie erin dat hij wordt opgenomen in een psychiatrische inrichting waar hij intensieve shocktherapie krijgt. Ruim een jaar later in 1953 wordt hij ontslagen maar blijkt een schim van zich zelf te zijn. Zijn gezondheid blijft slecht en mentaal lijkt hij in een soort schemer te leven.Eind jaren 50 besloot hij naar Parijs te gaan en heeft daar tot 1964 gewoond. Hij overleed uiteindelijk in zijn geboorteplaats in 1966.
Maar Powell heeft meer na gelaten dan alleen maar zielige, depressieve verhalen. Hij heeft de ontwikkeling van de piano in de naoorlogse jazz eigenhandig bepaald. Zijn collega muzikanten hadden hem soms hoger zitten dan Parker of Gillespie. Pianist Al Haig liet weten: ”he outbirded Bird and he outdizzed dizzy”. Veel grote jazzpianisten als Walter Bishop jr., Barry Higgins en Bobby Timmons zagen hem als ‘the godfather’ of bebop jazz en zaten niet lekker op de pianokruk als Bud langs kwam om te luisteren. Als Bud speelde, dan speelde hij als een bezetene en ging helemaal op in de muziek. Hij wierp soms een verwilderde in de richting van de zaal maar leek zich toch niet bewust te zijn van het publiek. Onder het spelen gromde hij met de muziek mee terwijl het zweet van zijn gezicht droop. Kort voor zijn dood heeft Bud nog een aantal bezoeken aan Nederland gebracht. Vlak voor optreden in het Concertgebouw kwam ook hier zijn paranoia naar voren. Het is dat zijn manager hem een trap onder zijn reet gaf, anders had hij nooit het podium beklommen. Het is raar te geloven dat hij na afloop om vijf uur ’s ochtends lekker op het Damrak aan het lummelen was. Uiteindelijk vond hij in de steeg achter het Damrak een dealer die hem zijn shot gaf.
Zijn beste werk is sinds jaar en dag te verkrijgen op twee alleszeggende Blue Note eplees uit de periode 1949-’53: The Amazing Bud Powell Vol. 1 en Vol. 2. Als je meer over het leven van Bud Powell wilt reden is het raadzaam de film ‘Round Midnight’ te kijken. Hierin heeft het leven van Bud centaal gestaan.